|
|
|
Omvang en formaat
Er wordt gemikt op bijdragen van circa 4500 woorden; één pagina in Alert is circa 700 woorden. De tekst wordt zo ‘schoon’ mogelijk aangeleverd in Word-formaat. Inspringen, lettertypewisselingen, kaders, lijnen,… blijven beperkt tot het strikt noodzakelijke.
Inhoud en kwaliteit
Alert profileert zich op het snijpunt van beleid, uitvoerend werk, opleiding en wetenschappelijk onderzoek en verkiest daarom bijdragen met die uitnodigen tot reflectie. Ze hebben bij voorkeur een intersectorale of inclusieve reikwijdte. Rapportering wordt aanvaard als daarin ook reflecties vervat zijn die het project overstijgen en als er aandacht is voor de ruimere beleidsimplicaties. Ook wetenschappelijk onderzoek komt slechts aan bod in zoverre de gevolgen van de onderzoeksresultaten voor praktijk en beleid verduidelijkt worden.
Stijl, vorm en taal
Alle bijdragen zouden toegankelijk en vlot leesbaar moeten zijn. We beseffen dat dit een moeilijke combinatie is en dus een nobel streven. Volgende suggesties illustreren dat het kan:
-
Maak abstracte overwegingen concreet: hoewel zorgvuldige analyses complex kunnen zijn, verplicht een goede auteur zichzelf om zijn overwegingen optimaal te concretiseren met voorbeelden, schetsen van vergelijkbare situaties in een herkenbare context of verwijzing naar een actuele gebeurtenis. Bij de (eind)redactie wordt hieraan bijzondere aandacht besteed. Gebruik actieve werkwoordsvormen, dat leest aangenamer. ‘Er kan vastgesteld worden dat…’, wordt ‘We stellen vast dat…’.
-
Gebruik paragrafen: zo krijgt de tekst reliëf en worden té lange en weinig uitnodigende stukken tekst vermeden. Vermijd te lange zinnen en opsommingen. Een lezer raakt de weg kwijt in een ellenlange volzin waarin niet meer duidelijk is welke bijzin waar hoort. Knip té lange volzinnen dus rustig door. Ook opsommingen horen niet thuis in ALERT: tracht die te verwerken in samenhangende paragrafen, die getuigen van betere reflectie.
-
Gebruik titels en subtitels: kies ter wille van de vormgeving een korte titel voor uw bijdrage, met maximum 5 woorden. Gebruik geregeld en goed gespreid ook de nodige subtitels. Ook dit geeft de tekst meer reliëf en komt de leesbaarheid ten goede. Beperk u tot één titelniveau (hoofdtitel en subtitels, dus geen 2.1.3.a.). Kies goede titels: kort en uitnodigend.
-
Start uw bijdrage met een gecursiveerd en gecentreerd citaat uit de eigen bijdrage (of van een andere auteur), dat de kern van uw betoog weergeeft. De auteur kan dit citaat zelf suggereren, maar de uiteindelijke keuze ligt bij de eindredacteur. En onderteken tot slot de bijdrage met de namen van alle auteurs, met vermelding van hun organisatie en e-mailadres. Let wel: de auteurs zijn verantwoordelijk voor de inhoud van hun bijdrage, tenzij uitdrukkelijk anders wordt vermeld.
Voetnoten en eindnoten
Er wordt nooit met voetnoten gewerkt, enkel met eindnoten (aan het einde van de tekst). Eindnoten worden zeer uitzonderlijk opgenomen, enkel om een ondergeschikte gedachtegang weer te geven. Het betreft steeds inhoudelijk aanvullende informatie. Eindnootnummering bij voorkeur aan het einde van de zin, na de punt.
Bibliografische referenties
Alert is geen wetenschappelijk tijdschrift. Bibliografische referenties blijven dan ook beperkt. Zij dienen om oorspronkelijke auteurs aan te geven of de lezer de weg te wijzen naar sleutelpublicaties. Literatuurverwijzingen worden tussen haakjes opgenomen in de tekst, en wel als volgt: auteur, jaartal, blz. (bv. Van Dongen, 2004, 40). De verwijzing naar de bladzijde is facultatief, bijvoorbeeld bij verwijzing naar citaat of specifieke gedachtegang die op die bladzijde is terug te vinden.
Op het einde van de bijdrage wordt op de volgende wijze een volledige bibliografische lijst opgenomen.
-
Voor een boek: Huyse, L. (1994), De politiek voorbij, Leuven, Kritak.
-
Voor een artikel in een tijdschrift: Janssen, P. (2004), ‘Een verhaal van opsluiten en uitsluiten’, Alert, 3, 65-71.
-
Voor een artikel in een reader: Van Menxel, G. (2002), ‘Is er nog plaats voor armoedebestrijding in het nieuwe lokaal sociaal beleid ?’, in Vranken, J., De Boyser, K., Geldof, D. en Van Menxel, G. (red.), Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2002, Leuven, Acco.
Liever dan een volledige en gedetailleerde opsomming van bibliografische werken, verwacht de lezer interessante leestips en aanbevelingen van werken die het onderwerp van uw bijdrage op een originele manier belichten, vanuit een interessante invalshoek, met een verrassende aanpak, een verfrissende kijk, een vernieuwende methodiek, …
Tekstopmaak
We werken uitsluitend met enkele aanhalingstekens. Cursief (italics) en Vet (bold) wordt niet gebruikt in de lopende tekst en door de vormgever uitsluitend in titels en subtitels. Afkortingen gebruik je minimaal en enkel in zoverre ze herkenbaar en aanvaard zijn. Gebruik nooit afkortingen voor organisaties of fondsen, tenzij ze bij het eerste gebruik in de tekst toegelicht werden. Bijvoorbeeld: Sociaal Impulsfonds (SIF). Verder in de tekst mag de afkorting SIF dan gehanteerd worden. Wees spaarzaam met gedachtestreepjes. Kan het niet zonder? Komma’s moeten de leesbaarheid ten goede komen. Strikt genomen is een komma enkel noodzakelijk tussen twee werkwoordsvormen die van elkaar onderscheiden zijn en tussen hoofd- en bijzin die van elkaar onderscheiden zijn.
(versie 2009.02.26)
|
|
Redactiesecretariaat
Ludo Fret (hoofd- en eindredactie), Peter Goris (eindredactie), Gaby Goris (redactiesecretariaat) en Jacques Delboo (opmaak). Het redactiesecretariaat staat in voor de coördinatie, de eindredactie en de praktische organisatie van debatten onder de noemer ALERT.
Redactieploeg
De redactie is de motor van ALERT. De redactieleden sturen, publiceren, contacteren, reviewen, evalueren en organiseren debatten en rondetafels. Zij beslissen autonoom over de inhoud op basis van het redactioneel concept. De redactie vergadert minstens vijfmaal per jaar.
Denktank onderzoek en werkveld
Dirk Beersmans, Chris Coenegrachts, Karel De Vos, Erika Frans, Mieke Frans, Dirk Geldof, Bernard Hubeau, Danny Lescrauwaet, Jos Lievens, Luc Notredame, Jos Sterckx, Ghislain Verstraete, Nicole Vettenburg inspireren de redactionele strategie op langere termijn.
Beoogde lezersgroep
Met het medium ALERT richten we ons op beleidsmakers die betrokken zijn bij de praktische detectie van zorgbehoeften, de organisatie van het uitvoerend werk, het beleid van de sociale ondernemingen, de sociale politiek op alle bestuurlijke niveaus, het sociaal onderzoek en de opleiding sociaal werk.
Publicatie- en planningsschema
|
|
Indienen tekst
|
Prepress |
|
nr. 1
|
15 januari
|
15 februari
|
15 maart
|
|
nr. 2
|
15 maart
|
15 april
|
15 mei
|
|
nr. 3
|
15 mei
|
15 juni
|
15 juli
|
|
nr. 4
|
15 juli
|
15 september
|
15 oktober
|
|
nr. 5
|
15 oktober
|
15 november
|
15 december
|
Opbouw
Het tijdschrift wisselt korte informatieve bijdragen af met lange reflectieve artikels:
1. Edito (inleidend standpunt van de hoofdredacteur)
2. Thema (bundeling van bijdragen rond een actueel thema)
3. Werkveld (goede praktijken, organisatiemanagement, overheidsbeleid)
4. Gluren bij de buren (bijdragen van buitenlandse correspondenten)
5. Onderzoek onderzocht (sociaal onderzoek van praktijk en beleid)
6. Brieven van Dikke Freddy (vaste column van Erik Vlaminck)
7. Achterflap (opmerkelijke citaten als smaakmakers).
|
|
1. Bijdragen kunnen langs twee wegen in Alert verschijnen: ofwel worden ze spontaan ingestuurd door auteurs, ofwel neemt de redactie het initiatief om een auteur tot schrijven aan te zetten. Als de redactie zelf het initiatief neemt om een bepaald onderwerp aan bod te laten komen via één of meerdere bijdragen, dan formuleert de redactie meteen ook inhoudelijke verwachtingen en overlegt over mogelijke auteur(s).
2. Na die bespreking wordt binnen de redactie een contactpersoon aangeduid die de gesuggereerde auteur(s) aanspreekt en aan het schrijven zet. In het verdere circuit blijft deze contactpersoon een sleutelfiguur. Spontaan ingestuurde bijdragen worden altijd eerst voorgelegd aan de redactie. Pas als in een redactievergadering groen licht gegeven wordt, kan ook de start gegeven worden voor het redactioneel circuit. Om vertraging te vermijden kan het redactiesecretariaat voor een spontaan ingestuurde bijdrage meteen een contactpersoon aanstellen, die op de eerstvolgende vergadering verslag geeft en commentaar en fiat vraagt.
3. Elke bijdrage wordt permanent opgevolgd door Ludo Fret of Peter Goris om de communicatie tussen de contactpersoon en de auteur mee te verzorgen. Ze worden via ‘cc’ of ‘forward’ betrokken bij alle e-mailverkeer. Over de inhoud en de inleverdatum wordt zorgvuldig gecommuniceerd tussen de auteur en de contactpersoon en de opvolger. De afspraken op basis van het planningsschema moeten strikt nageleefd worden om het productieproces niet te vertragen.
4. De auteur bezorgt zijn ontwerptekst aan de contactpersoon, die binnen of buiten de redactie een nalezer aanduidt om inhoudelijke feedback te verzamelen over de bijdrage, rekening houdend met de redactionele verwachtingen. Indien een auteur zelf ook redactielid is van Alert, dan functioneert die de facto ook zelf als contactpersoon. De afspraak is dat we in dat geval steeds een externe lezer aanduiden. De nalezer bezorgt zijn inhoudelijke commentaar aan de contactpersoon, die deze communiceert naar de auteur samen met opmerkingen over het naleven van de vormelijke redactionele richtlijnen.
5. De auteur stuurt zijn eindversie door aan de contactpersoon, die ze meteen doorstuurt aan het redactiesecretariaat. Dat neemt vanaf dan de verantwoordelijkheid over voor de eindredacteurs. Na die eindredactie i.f.v. de eenvormigheid, de leesbaarheid, de titels en de taalcorrectie wordt de publiceerklare bijdrage voor akkoord aan de auteur bezorgd. Pas na dat formele ‘imprimatur’ kan gepubliceerd worden.
6. Die publicatie in Alert gebeurt onder de verantwoordelijkheid van de auteur. Gezien het intensieve review-werk voor Alert, wordt het nadien enkel elders gepubliceerd, in overleg met de hoofdredacteur én met bronvermelding. Het hele nummer is voor de redactie in primeur online beschikbaar. De auteurs ontvangen enkele exemplaren van het nummer en de eventuele reacties op hun bijdrage. Een gepubliceerd nummer wordt zes maanden later in pdf-vorm op de website geplaatst om ze met de nodige protectie van de abonnees beschikbaar te stellen voor opleiders en studenten, teamcoördinatoren en sociale werkers.
(versie 2006-10-31, goedgekeurd door de redactie)
|
|
|
- Bob Cools (CGGZ Mechelen)
- Guido Cuyvers (KHK Kempen)
- Kurt De Backer (OSBJ)
- Inge Debel
- Barbara Demeyer (HIVA KU Leuven)
- Jo De Niel (PPG)
- Hilde Geudens (PPJ)
- Geert Inslegers (Vlaams Overleg Bewonersbelangen)
- Mie Jacobs (Kinderrechtencommissariaat)
- Bert Lambeir (Steunpunt WVG)
- Lieve Lecluyse (Karel de Grote-Hogeschool)
- Ludo Serrien (Steunpunt Algemeen Welzijnswerk)
- Jan Steyaert (Fontys Hogescholen)
- Michel Tirions (Artesis Hogeschool Antwerpen)
- Véronique Vancoppenolle (OS Bijzondere Jeugdzorg)
- Gerard Van Menxel (Stp Algemeen Welzijnswerk)
- Joris Van Puyenbroeck (EHSAL, Brussel)
- Bea Van Robaeys (Univ. Antwerpen, OASeS)
- Myriam Vanvinckenroye (Vlaams Overleg Bewonersbelangen)
- Kelly Wood (Samenwerkingsverband Sociale Tewerkstelling)
- Gaby Goris (POW, redactiesecretariaat)
- Peter Goris (POW, eindredactie)
- Ludo Fret (POW, hoofdredactie)
|
|